CONSTITUTIE van de UNITED CHURCH OF GOD,
an International Association
1.0 ARTIKEL 1 - OPDRACHT-VERKLARING
De opdracht van de Kerk van God is het evangelie van Jezus Christus en het Koninkrijk van God te prediken in de gehele wereld, discipelen te maken in alle volkeren en te zorgen voor deze discipelen.
2.0 ARTIKEL 2 - FUNDAMENTELE GELOOFSPUNTEN
2.1 Inleiding
Het hiernavolgende zijn verklaringen betreffende de fundamentele geloofspunten van de United Church of God, an International Association. Dit artikel is niet bedoeld als alomvattende verklaring van de geloofspunten van de Kerk. Kwesties aangaande doctrine en geloof worden geregeld volgens een proces aangenomen door de Council of Elders (Raad van Oudsten) en goedgekeurd door de General Conference of Elders (Algemene Vergadering van Oudsten).
FUNDAMENTELE GELOOFSPUNTEN
2.1.1 Wij geloven in één God, de Vader, die eeuwig bestaat, die een Geest is, een persoonlijk Wezen met allerhoogste intelligentie, kennis, liefde, rechtvaardigheid, macht en autoriteit. Hij is, door Jezus Christus, de Schepper van de hemelen en de aarde en alles wat daarin is. Hij is de Bron van leven en Degene voor wie het menselijk leven bestaat. Wij geloven in één Heer, Jezus Christus van Nazareth, die het Woord is en eeuwig heeft bestaan. Wij geloven dat Hij de Messias is, de Christus, de goddelijke Zoon van de levende God, verwekt door de Heilige Geest, geboren in het vlees uit de maagd Maria. Wij geloven dat God door Hem alle dingen schiep en dat er zonder Hem niets is gemaakt dat gemaakt is. Wij geloven in de Heilige Geest als de Geest van God en van Jezus Christus. De Heilige Geest is de kracht van God en de Geest van eeuwig leven.
2.1.2 Wij geloven dat de Schrift, zowel het Oude als het Nieuwe Testament, Gods openbaring is en Zijn volledige onder woorden gebrachte wil voor de mensheid. De Schrift is in gedachte en woord geïnspireerd, in de oorspronkelijke geschriften onfeilbaar, het allerhoogste en beslissende gezag in geloof en in leven, en het fundament van alle waarheid.
2.1.3 Wij geloven dat Satan een geestelijk wezen is dat de tegenstander is van God en de kinderen van God. Aan Satan is voor een bepaalde periode heerschappij over de wereld gegeven. Satan heeft de mensheid misleid tot het verwerpen van God en Zijn wet. Satan heeft geheerst door misleiding met behulp van een leger demonen, die opstandige engelen en geestelijke wezens zijn die Satan in zijn opstand zijn gevolgd.
2.1.4 Wij geloven dat de mensheid werd geschapen naar het beeld van God, met het potentieel kinderen van God te worden, deelgenoten van de goddelijke natuur. God vormde de mensheid uit vlees, hetwelk een stoffelijke substantie is. Menselijke wezens leven door de levensadem, zijn sterfelijk, onderworpen aan verval en ontbinding, zonder eeuwig leven, behalve als gift van God op Gods voorwaarden en bepalingen zoals in de Bijbel onder woorden gebracht. Wij geloven dat God Adam en Eva voor de keuze stelde van eeuwig leven door gehoorzaamheid aan God of dood door zonde. Adam en Eva bezweken voor de verleiding en waren God ongehoorzaam. Als gevolg daarvan deed de zonde haar intrede in de wereld en met de zonde de dood. De dood heerst nu over de gehele mensheid omdat allen hebben gezondigd.
2.1.5 Wij geloven dat zonde de overtreding van de wet is. De wet is geestelijk, volmaakt, heilig, rechtvaardig en goed. De wet geeft een definitie van Gods liefde en is gebaseerd op de twee grote principes van liefde jegens God en liefde jegens de naaste, en is onveranderlijk en bindend. De Tien Geboden zijn de tien punten van Gods wet van liefde. Wij geloven dat het overtreden van zelfs één punt van de wet de straf op de zonde over een persoon brengt. Wij geloven dat deze fundamentele geestelijke wet de enige weg naar waarlijk leven openbaart en de enige mogelijke weg van geluk, vrede en vreugde. Alle ongeluk, ellende, angst en onheil zijn voortgekomen uit het overtreden van Gods wet.
2.1.6 Wij geloven dat God deze wereld van machteloze zondaars zo liefhad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf, die, hoewel op alle punten verzocht als wij, zonder zonde heeft geleefd in het vlees. Deze Zoon, Jezus Christus, stierf als een offer voor de zonden van de gehele mensheid. Daar Hij de Schepper van de gehele mensheid is, is Zijn leven van groter waarde dan het totaal van al het menselijk leven. Zijn dood is daarom toereikend om de straf te betalen voor de zonden van ieder menselijk wezen. Door deze straf te betalen heeft Hij het voor ieder persoon en voor de mensheid als geheel mogelijk gemaakt, overeenkomstig Gods plan, vergeving te ontvangen van zonden en van de doodstraf te worden bevrijd.
2.1.7 Wij geloven dat de Vader Jezus Christus heeft opgewekt uit de doden, nadat Zijn lichaam drie dagen en drie nachten in het graf had gelegen, waarmee Hij voor de sterfelijke mens onsterfelijkheid mogelijk maakte. Hij is vervolgens opgevaren naar de hemel, waar Hij nu zit aan de rechterhand van God de Vader als onze Hogepriester en Voorspraak.
2.1.8 Wij geloven dat van allen die zich waarlijk van hun zonden bekeren, in volledige overgave en gewillige gehoorzaamheid aan God, en die door geloof Jezus Christus aannemen als hun persoonlijke Verlosser, de zonden worden vergeven door een daad van goddelijke genade. Deze personen worden gerechtvaardigd, verlost van de straf op de zonde, en zij ontvangen de gift van de Heilige Geest, die letterlijk in hen verblijft en de goddelijke liefde verschaft die als enige de wet kan vervullen en gerechtigheid kan voortbrengen. Zij worden door de Geest gedoopt in het lichaam van Christus, dat de ware Kerk van God is. Wij geloven in een waarachtige verandering van leven en houding. Alleen zij die de inwonende aanwezigheid hebben van en geleid worden door de Heilige Geest, zijn van Christus.
2.1.9 Wij geloven in de verordening van de waterdoop door onderdompeling, na bekering. Door handoplegging, met gebed, ontvangt de gelovige de Heilige Geest en wordt een deel van het geestelijke lichaam van Jezus Christus.
2.1.10 Wij geloven dat de zevende dag van de week de sabbat van de Heer onze God is. Ons wordt geboden op deze dag te rusten van onze werkzaamheden en God te aanbidden, in navolging van het onderwijs en voorbeeld van Jezus, de apostelen en de nieuwtestamentische Kerk.
2.2.11 Wij geloven in het houden van het nieuwtestamentische Pascha op de avond van de 14e Abib, de gedenkdag van de dood van onze Verlosser.
2.1.12 Wij geloven in de geboden viering van de zeven jaarlijkse heilige dagen die God aan het oude Israël heeft gegeven en die werden gehouden door Jezus Christus, de apostelen en de nieuwtestamentische Kerk. Deze heilige dagen openbaren Gods plan van behoud.
2.1.13 Wij geloven dat die soorten voedsel welke door God "onrein" worden genoemd in Leviticus 11 en Deuteronomium 14, niet behoren te worden gegeten.
2.1.14 Wij geloven dat het Christenen door de geboden van God is verboden menselijk leven te nemen, direct of indirect, en dat het dragen van wapens met dit fundamentele geloofspunt in strijd is. Derhalve geloven wij dat Christenen zich niet vrijwillig moeten opgeven voor militaire dienst. Wij geloven dat zij, indien zij onvrijwillig worden opgeroepen, op gewetensgronden moeten weigeren wapens te dragen en voor zover mogelijk moeten weigeren onder militair gezag te komen.
2.1.15 Wij geloven in Gods voortdurende gerechtigheid. Deze gerechtigheid wordt getoond door Gods trouw in het vervullen van al de beloften die Hij deed aan de vader der gelovigen, Abraham. Zoals beloofd vermenigvuldigde God Abrahams rechtstreekse afstammelingen zodat Abraham letterlijk de "vader" van vele volkeren werd. Wij geloven dat God, zoals beloofd, Abrahams rechtstreekse afstammelingen Izak en Jakob (wiens naam Hij later veranderde in Israël), materiële voorspoed heeft gegeven. Wij geloven dat God door Abrahams Zaad, Jezus Christus, behoud ter beschikking stelt aan de gehele mensheid ongeacht hun fysieke afstamming. Behoud is derhalve geen geboorterecht. Het is vrij toegankelijk voor allen die God roept, en diegenen worden beschouwd als afstammelingen van Abraham die dat naar het geloof zijn, erfgenamen volgens de beloften. Wij geloven dat de kennis dat God de fysieke beloften aan Abraham en Zijn nakomelingen heeft vervuld en nog blijft vervullen en dat Hij de geestelijke belofte vervult door Jezus Christus, cruciaal is voor begrip van de boodschap van de profeten en hoe deze betrekking heeft op de wereld waarin wij leven.
2.1.16 Wij geloven dat het Gods doel voor de mensheid is om diegenen die Hij roept voor te bereiden, en die verkiezen, door een leven van overwinnen van zonde, ontwikkelen van rechtvaardig karakter en groeien in genade en kennis, om het Koninkrijk te beërven en om koningen en priesters te worden regerend met Christus op aarde na Zijn terugkeer. Wij geloven dat de reden van het menselijk bestaan is letterlijk geboren te worden als geestelijke wezens in het gezin van God.
2.1.17 Wij geloven dat de Kerk dat lichaam van gelovigen is die de Heilige Geest hebben ontvangen en er door worden geleid. De ware Kerk van God is een geestelijk organisme. De bijbelse naam is "de Kerk van God" of "de Gemeente Gods". Wij geloven dat de opdracht van de Kerk is het evangelie (goede nieuws) van het komende Koninkrijk van God te prediken aan alle volkeren als een getuigenis, en de mensen die nu worden geroepen met God te helpen verzoenen. Wij geloven dat het ook de opdracht van de Kerk van God is de kinderen van God te versterken, op te bouwen en te voeden in de liefde en vermaning van onze Heer Jezus Christus.
2.1.18 Wij geloven in het geven van tienden als een manier om God te eren met ons vermogen en als een middel om Hem te dienen in de prediking van het evangelie, de zorg voor de Kerk, het bijwonen van de feesten en het helpen van de behoeftigen.
2.1.19 Wij geloven dat de enige hoop op eeuwig leven voor sterfelijke mensen ligt in de opstanding door inwoning van de Heilige Geest. Wij geloven dat bij de wederkomst van Jezus Christus een opstanding tot geestelijk leven zal plaatsvinden voor allen die Gods getrouwe dienstknechten zijn geweest. Wij geloven dat, nadat Jezus Christus 1.000 jaar op deze aarde heeft geregeerd, er een opstanding tot fysiek leven zal zijn van het overgrote deel van alle mensen die ooit geleefd hebben. Wij geloven dat deze mensen, nadat zij gelegenheid hebben gehad een fysiek leven te leven, indien zij tot bekering komen, ook eeuwig leven zullen ontvangen. Wij geloven ook dat diegenen die Gods aanbod van behoud verwerpen, de eeuwige dood zullen oogsten.
2.1.20 Wij geloven in de persoonlijke, zichtbare, aan het millennium voorafgaande terugkeer van de Heer Jezus Christus om over de volkeren op aarde te heersen als Koning der koningen en om Zijn priesterlijk ambt voort te zetten als Heer der heren. In die tijd zal Hij zitten op de troon van David. Gedurende Zijn duizendjarige regering zal Hij alle dingen herstellen en het Koninkrijk van God voor eeuwig vestigen.
3.0 ARTIKEL 3 - DE KERK
3.1 Doel voor de Kerk
Gods doel voor Zijn Kerk is diegenen die gewillig zijn om Zijn weg van rechtvaardigheid en zelfbeheersing te leven, voor te bereiden om te functioneren als Zijn instrumenten in het brengen van behoud aan de mensheid en om Zijn wijsheid te tonen aan Zijn geestelijke schepping.
3.2 Functies binnen de Kerk
Er is één lichaam, de Kerk, dat een geestelijk organisme is. De Kerk heeft vele leden, waarvan God aan een ieder een bepaalde mate van geloof gegeven heeft door de Heilige Geest. Door die Geest heeft onze Vader ons één gemaakt in het Lichaam van Christus, en individueel leden van elkaar. Hij heeft ons gaven gegeven die van elkaar verschillen volgens Zijn wil en heeft aan ieder van ons Zijn Geest toevertrouwd zodat wij die gaven zouden gebruiken met nederigheid, vriendelijkheid en geduld in onderdanigheid, eerst aan Jezus Christus, en dan aan elkaar. Door het oprichten van deze Constitutie erkennen wij de waarheid van de Schrift dat alle leden een verschillende functie hebben binnen de Kerk, en dat het onze Vader is die van elk lid de functie binnen de Kerk bepaalt.
3.2.1 Gods doel voor verschillende functies binnen Zijn Kerk
Het doel van de verschillende functies die binnen Gods Kerk zijn ingesteld, is het toerusten van ieder lid om het werk van dienstbaarheid uit te voeren: ten eerste aan de Kerk en, naarmate de Kerk de gelegenheid heeft, aan de gehele mensheid. Het goed functioneren van ieder individueel lid in overeenstemming met zijn of haar functie zorgt dat de Kerk groeit.
3.2.2. Bestuursfuncties binnen de Kerk
Wij erkennen Jezus Christus als onze Heer, de Apostel van ons geloof en het Hoofd van de Kerk. Wij erkennen dat God, om Zijn opdracht en doel voor Zijn Kerk te volbrengen, sommigen heeft aangesteld om het evangelie aan de wereld te brengen, sommigen om plaatselijke gemeenten te leiden, sommigen om te onderwijzen, sommigen om te helpen en sommigen om te besturen. Met het doel dat alle leden de aan hen door God volgens Zijn wil gegeven genade kunnen gebruiken, worden de volgende bestuursfuncties binnen de Kerk bij deze vastgesteld:
3.2.2.1 Nationale raden
Een raad of bestuur opgericht om te voldoen aan de vereisten voor juridische erkenning van de United Church of God, an International Association, of om in de bestuurlijke behoeften van de Kerk in andere landen dan de Verenigde Staten van Amerika te voorzien, is een nationale raad. De nationale raden zullen zich gedragen in overeenstemming met de Schrift, deze Constitutie, hun plaatselijke reglementen, de Regels van Samenwerking en de wetten die van toepassing zijn.
3.2.2.2 De plaatselijke gemeente
Een vergadering van leden, waar dan ook, geleid door een dienaar die erkend is door de United Church of God, an International Association (UCG), en bestuurd door UCG's gepubliceerde regels van samenwerking, zal een plaatselijke gemeente vormen van de United Church of God, an International Association. Iedere plaatselijke gemeente wordt geleid en gehoed door een pastor, geassisteerd door oudsten, diakenen en diaconessen. Een gemeente kan één of meer plaatselijke adviesraden oprichten om de dienaren te assisteren in het voorzien in de behoeften van de plaatselijke gemeente, de Kerk als geheel en, voorzover zij de gelegenheid hebben, hun plaatselijke gemeenschap. De plaatselijke gemeente werkt ook in samenwerking met de Raad van Oudsten, het hoofdkantoor en de nationale raden om het vastgestelde beleid en de procedures van UCG uit te voeren.
3.2.2.3 Algemene Vergadering van Oudsten
Iedere geordineerde dienaar die een goede reputatie heeft in de United Church of God, an International Association (UCG), is een oudste van UCG en is een lid van de Algemene Vergadering van Oudsten. De algemene vergadering van al deze oudsten heet de "General Conference of Elders" [Algemene Vergadering van Oudsten]. God heeft het ambt van oudste ingesteld om te voorzien in zorg voor en toezicht op de gemeenten. De Algemene Vergadering van Oudsten is daarom verantwoordelijk ten opzichte van God om te waarborgen dat Zijn mensen gediend worden en dat voor hun behoeften wordt gezorgd. De Algemene Vergadering van Oudsten zal, met gebed en vasten, uit hun midden een Raad van Oudsten aanstellen bestaande uit twaalf (12) oudsten. De Algemene Vergadering van Oudsten zal verder de specifieke plichten en verantwoordelijkheden hebben die opgesomd zijn in artikel 4 van deze Constitutie. De Algemene Vergadering van Oudsten zal zich gedragen in overeenstemming met de Schrift, deze Constitutie, het officieel aangenomen huishoudelijk reglement, de Regels van Samenwerking van UCG en de wetten die van toepassing zijn.
3.2.2.4 Raad van Oudsten
De "Council of Elders" (Raad van Oudsten) is aangesteld om toezicht en leiding te geven binnen de Kerk voor de dienstverlening en zorg voor de plaatselijke gemeenten, de prediking van het evangelie en het beheer van Gods tienden en offeranden. In overeenstemming met de richtlijn van de Algemene Vergadering van Oudsten op haar inaugurele bijeenkomst die werd gehouden in Indianapolis (Indiana) van 30 april tot 2 mei 1995, heeft de Raad van Oudsten de United Church of God, an International Association (UCG) als rechtspersoon opgericht met het doel de verantwoordelijkheden van de Kerk uit te voeren. Daarom is de Raad van Oudsten het correct benoemde bestuur van de Kerk en staat gelijk met een raad van commissarissen. Als zodanig zal de Raad van Oudsten verder de specifieke plichten en verantwoordelijkheden hebben die opgesomd zijn in het huishoudelijk reglement van UCG. De Raad van Oudsten zal zich gedragen in overeenstemming met de Schrift, deze Constitutie, het officieel aangenomen huishoudelijk reglement, de Regels van Samenwerking van UCG en de wetten die van toepassing zijn.
3.2.2.5 Hoofdkantoor en directie
Het hoofdkantoor en de directie zijn door de Raad van Oudsten ingesteld om de Kerk te dienen bij de uitvoering van het beleid dat aangenomen en goedgekeurd is door de Algemene Vergadering van Oudsten en de Raad van Oudsten. De bedrijfsleiding en het personeel van het hoofdkantoor worden geselecteerd, aangenomen en geleid door de Raad van Oudsten.
4.0 ARTIKEL 4 - ALGEMENE VERGADERING VAN OUDSTEN
4.1 Plichten en verantwoordelijkheden
De Algemene Vergadering van Oudsten aanvaardt hierbij haar verantwoordelijkheid:
1. Om veranderingen in de doctrine van de Kerk goed te keuren.
2. Om het jaarlijkse strategisch plan, het operationeel plan en een op deze plannen betrekking hebbend sluitend budget te bekrachtigen.
3. Om de Raad van Oudsten voor te dragen en te kiezen, met gebed en vasten.
4. Om alle wijzigingen van de artikelen van de oprichtingsakte goed te keuren.
5. Om alle wijzigingen in deze Constitutie en in het officieel goedgekeurde huishoudelijk reglement van de rechtspersoon goed te keuren, of deze Constitutie en het officieel goedgekeurde huishoudelijk reglement te herroepen.
6. Om alle officiële betrekkingen met andere religieuze organisaties goed te keuren.
7. Om de Regels van Samenwerking te bekrachtigen.
4.2 Bestuur binnen de Kerk - het delegeren van autoriteit
De Algemene Vergadering van Oudsten zal, na gebed en vasten, uit hun midden een Raad van Oudsten aanstellen en deze de verantwoordelijkheid en autoriteit toevertrouwen om beleid vast te stellen, om een directie te machtigen dat beleid uit te voeren en om leiding en toezicht te hebben om het correct besturen van de dagelijkse gang van zaken van de rechtspersoon, de United Church of God, an International Association, te waarborgen. Bovendien zal de Raad van Oudsten aan de Algemene Vergadering van Oudsten het jaarlijkse strategisch plan, het operationeel plan en een jaarlijks sluitend budget voor de Kerk ter goedkeuring voorleggen.
4.3 Kwalificatie en benoeming voor de Algemene Vergadering
Iedere geordineerde dienaar van de United Church of God met een goede reputatie is een oudste en is lid van de Algemene Vergadering van Oudsten. De algemene vergadering van al deze oudsten heet de "General Conference of Elders". De secretaris van de organisatie zal de betreffende documenten van alle oudsten verifiëren en zal na verificatie hun namen doen opnemen in het ledenbestand van de rechtspersoon.
4.3.1. Goede reputatie
Een oudste heeft een goede reputatie als hij een lid en dienaar is en blijft van United Church of God, an International Association, een goede en onberispelijke levenswandel heeft in zijn gemeenschap, en blijft voldoen aan de schriftuurlijke vereisten voor dienaren zoals beschreven in I Timotheus 3, Titus 1 en andere schriftgedeelten. De vraag of een oudste blijft voldoen aan deze vereisten zal beslist worden door de Raad van Oudsten, op basis van deze bijbelse standaards en principes.
4.3.2 Secretaris en penningmeester van de rechtspersoon
In het geval dat de secretaris of de penningmeester van de rechtspersoon geen oudsten zijn en bijgevolg geen leden zijn van de Algemene Vergadering van Oudsten, zullen zij desondanks uit hoofde van hun functie aanwezig zijn bij bijeenkomsten van de Algemene Vergadering van Oudsten. Zij zullen niet gerechtigd zijn te stemmen tenzij zij tussentijds zijn geordineerd tot dienaar van de United Church of God, an International Association.
4.4 Rechten van oudsten
Leden van de Algemene Vergadering van Oudsten zullen het recht hebben om te stemmen over zaken die in dit artikel onder paragraaf 4.1 zijn opgesomd, en over iedere andere zaak waarvoor stemming door de Algemene Vergadering van Oudsten is vereist.
4.5 Royering, beëindiging of schorsing van lidmaatschap
Het lidmaatschap van de Algemene Vergadering van Oudsten kan geschorst of beëindigd worden, of een oudste kan geroyeerd worden door de Raad van Oudsten, op basis van bijbelse standaards en principes. Een oudste wiens lidmaatschap geschorst of beëindigd is, of die is geroyeerd, heeft geen rechten meer krachtens dit artikel of het officieel goedgekeurde huishoudelijk reglement van de rechtspersoon, behoudens zoals voorzien in het onderstaande artikel 4.5.2.
4.5.1. Redenen voor royering, beëindiging of schorsing
Iedere oudste die niet voldoet aan de schriftuurlijke vereisten van een dienaar, op basis van bijbelse standaards, zal geroyeerd worden van de Algemene Vergadering van Oudsten. Een oudste die geroyeerd is van de Algemene Vergadering van Oudsten is onmiddellijk uitgesloten van het uitoefenen van enige functie als dienaar in een gemeente van de United Church of God, an International Association. Het lidmaatschap van een oudste wordt beëindigd bij zijn dood of bij zijn aftreden als dienaar of door het opzeggen van lidmaatschap van de Kerk. Een oudste kan, op basis van wat de Schrift leert, geschorst worden voor wangedrag.
4.5.1.1 Beslissing van de Raad van Oudsten
Een beslissing van de Raad van Oudsten dat een lid van de Algemene Vergadering van Oudsten niet meer bevoegd is en uit de Algemene Vergadering van Oudsten verwijderd moet worden, of geschorst, is altijd gebaseerd op bijbelse en geestelijke maatstaven, is geheel ter vrije beschikking van de Raad van Oudsten en is definitief, behoudens herziening zoals voorzien in het onderstaande.
4.5.2 Recht van beroep
Binnen eenentwintig (21) dagen na datum van verzending van kennisgeving van schorsing of royering kan een oudste die geroyeerd of geschorst is van de Algemene Vergadering van Oudsten in beroep gaan volgens een door de Raad van Oudsten aangenomen en door de Algemene Vergadering van Oudsten goedgekeurde procedure. Op basis van bijbelse en geestelijke criteria is de beslissing van de Algemene Vergadering van Oudsten tot handhaving van een schorsing of een oordeel dat een lid van de Algemene Vergadering van Oudsten niet meer bevoegd is en verwijderd moet worden, geheel ter vrije beschikking van de Algemene Vergadering van Oudsten en definitief. Gedurende de periode van eenentwintig (21) dagen waarbinnen een hoger beroep mogelijk is, en gedurende de gehele periode dat de beslissing van de Algemene Vergadering van Oudsten over een tijdig beroep nog hangende is, zal de oudste die in beroep gegaan is het recht behouden te stemmen over voordracht, verkiezing en ontslag van leden van de Raad van Oudsten. De oudste die in hoger beroep gaat zal echter gedurende deze periode ontheven worden van alle functies als dienaar.
4.5.3 Uittreden
Een oudste kan op ieder moment uittreden uit de Algemene Vergadering van Oudsten. Ondanks het uittreden kan een oudste de taken van een oudste binnen de plaatselijke gemeente blijven vervullen, tenzij hij verwijderd is om bijbelse redenen. Een oudste die afgetreden is heeft geen enkele lidmaatschapsrechten meer krachtens dit artikel of het huishoudelijk reglement.
4.6 Overdragen van lidmaatschapsrechten
Geen enkele oudste van de Algemene Vergadering van Oudsten kan zijn recht om te stemmen of enig ander recht dat behoort bij het lidmaatschap van de Algemene Vergadering van Oudsten overdragen of toewijzen. Alle lidmaatschapsrechten van de Algemene Vergadering van Oudsten vervallen bij de dood van de oudste. Alle lidmaatschapsrechten van de Algemene Vergadering van Oudsten die een oudste verleend zijn door de "California Nonprofit Corporations Code" zullen vervallen bij het ontbinden van de rechtspersoon.
4.7 Bijeenkomsten van de Algemene Vergadering
De tijd, plaats, wijze van bijeenroepen en de leiding van de bijeenkomsten zal geregeld worden in het officieel goedgekeurde huishoudelijk reglement van de rechtspersoon.
4.8 Vereiste van aanwezigheid voor de Algemene Vergadering
Oudsten in dienst van de Kerk worden vereist aanwezig te zijn op de jaarlijkse bijeenkomst van de Algemene Vergadering van Oudsten. Een in dienst genomen oudste die verzuimt de jaarlijkse bijeenkomst van de Algemene Vergadering van Oudsten bij te wonen, wordt uitgesloten van stemming op die bijeenkomst. Oudsten die in dienst zijn en afwezig zijn voor een goede reden, zoals bepaald door de Raad van Oudsten, en niet gesalarieerde oudsten, mogen hun stem uitbrengen op elke wijze die het officieel goedgekeurde huishoudelijk reglement van de rechtspersoon toestaat.
5.0 ARTIKEL 5 - BESTUURLIJKE ORDE
5.1 Wijziging van bestuurlijke documenten
De Raad van Oudsten zal aan de Algemene Vergadering van Oudsten een procedure voorstellen waardoor zaken van bestuurlijke orde in de Kerk zowel voor de Algemene Vergadering van Oudsten als de Raad van Oudsten gebracht kunnen worden, om te bepalen of de bestuurlijke documenten van de Kerk of van de rechtspersoon wijziging behoeven. Deze procedure moet goedgekeurd worden door eenvoudige meerderheid van de Algemene Vergadering van Oudsten en moet een middel verschaffen om inbreng te verkrijgen van de plaatselijke gemeenten.
5.1.1 Voorgestelde wijzigingen op bestuurlijke documenten
Voor voorgestelde wijzigingen op de bestuurlijke documenten van de Kerk en de rechtspersoon zal de goedkeuring vereist zijn van de Algemene Vergadering van Oudsten, en wel als volgt:
1. Voor een wijziging van enig artikel van deze Constitutie zal een tweederde (2/3) meerderheid vereist zijn, behalve het artikel betreffende de Fundamentele Geloofspunten van de Kerk, dat niet gewijzigd kan worden met minder dan drievierde (3/4) meerderheid.
2. Voor een wijziging van de artikelen van de oprichtingsakte of het huishoudelijk reglement van de rechtspersoon zal een tweederde (2/3) meerderheid vereist zijn.
3. Voor het ontbinden van de rechtspersoon of het herroepen van het huishoudelijk reglement van de rechtspersoon zal een tweederde (2/3) meerderheid vereist zijn.
4. Het herroepen van deze Constitutie zal een drievierde (3/4) meerderheid vereisen.
5.2 Parlementaire regels voor de Algemene Vergadering
De Raad van Oudsten zal regels voorleggen ter goedkeuring door een eenvoudige meerderheid van de Algemene Vergadering van Oudsten, om als regels van bestuurlijke orde te dienen voor alle bijeenkomsten.
© 2003 United Church of God, an International Association